-Golfclub Flevoland
Van polderbaan naar parkbaan

Enkele jaren geleden is een aanzet gegeven voor een drastisch wijziging van het beheer van onze golfbaan. Deze beleidslijn houdt onder meer in dat om moverende redenen de baan na een pioniersfase geleidelijk wordt omgezet naar een volledige parkbaan. In deze notitie worden de achtergronden en beweegredenen t.a.v. de veranderingen in de golfbaan gedurende de afgelopen jaren beargumenteerd. Daaropvolgend wordt ingegaan op een daarop aansluitend passend  beheer gedurende de komende jaren. Uiteindelijk moet dit leiden tot een landschappelijk mooie golfbaan. Deze zienswijze is inhoudelijk besproken met het Golf Event Center (GEC) en kan worden beschouwd als een gezamenlijke visie en het beheer voor de komende jaren.

 

Achter het ontwerp van een golfbaan schuilt altijd een bepaalde filosofie, geënt op o.a. de ligging, de omgeving, de technische mogelijkheden en de inhoud van de verleende opdracht. Zonder hier verder op in te gaan is bij het ontwerp van de golfbaan te Lelystad uitgegaan van de realisatie van een specifieke polderbaan met een eigen karakter (zoals elke architect dat nastreeft) maar, in dit geval, ook voor een belangrijk deel is bepaald door haar directe omgeving zoals het IJsselmeer, de omliggende bebouwing en andere bijkomende facetten voor een passende ruimtelijke inpassing.

 

Polderbaan versus parkbaan

Een polderbaan, voorkomend op klei- of veengronden, heeft veelal  het karakter van een polderlandschap, omringd met water en in de meeste gevallen voorzien van een strak lijnenpatroon met o.a. veel daarbij passende (waterminnende)houtsoorten als wilg, es en populier . Daarnaast is vaak sprake een typische poldervegetatie (o.a. riet) en van een integratie met de natuur. De gebruikers van deze golfbanen wanen zich dan ook meestal in de gedachten te verkeren in een specifiek polderlandschap.

Een parkbaan is in veel gevallen minder rechtlijnig, speelser c.q. gevarieerder van opzet met een meer open karakter. Deze banen zijn meestal herkenbaar door o.a. veel water(-partijen), solitaire bomen en bospartijen. In dit geval is er minder beleving van een polderlandschap maar meer van  een parklandschap.

 

Samenwerking GEC

Zoals gezegd wordt de ingezette beleidsvisie volledig gedeeld door het GEC . Uitvoering op onderdelen heeft ertoe geleid dat het aanvankelijke beleidsadvies is omgevormd tot een hechte samenwerking om het bedoelde eindresultaat te bereiken.

Veranderingen in de baan zijn gebaseerd op het streven het golfplezier te verhogen. Dit kan vanzelfsprekend deels worden bereikt door golftechnische verbeteringen, maar ook de kwaliteit van de baan is daarbij van groot belang.

Jaren geleden heeft het GEC de Golfclub gevraagd advies uit te brengen om de baan op onderdelen spannender en meer uitdagend te maken, dit met de aanvullende boodschap  dat de haalbaarheid  sterk afhankelijk is van de uitvoeringskosten. Het aanbrengen van o.a. extra bunkers is dan ook niet haalbaar gebleken. Dit verklaart dat bij de keuze van de aanpassingen door de toen ingestelde Projectgroep Baanaanpassing prioriteit is gegeven aan  projectideeën, waarvan de uitvoering van de werkzaamheden zo veel mogelijk ”in eigen beheer” kan plaatsvinden.  Er zijn inmiddels 2 projectfases uitgevoerd en wordt er nagedacht over een vervolg.

 

Op weg naar een parkbaan in uitvoering

Een aantal jaren terug was er sprake van te dichte bossages en houtsingels met een zeer zware onderbegroeiing. Dit leidde tot veel irritatie over onvindbare golfballen of een onspeelbare ligging van de bal. Hierbij werd niet voldaan aan de NGF-norm die in dit geval inhoudt dat voor de uitspeelmogelijkheden van de bal slechts 1 slag nodig dient te zijn. Doordat daarnaast de omloop (maximale levensduur) van de vele pionierhoutsoorten reeds was verstreken of bomen ziek waren, bleek een drastische ingreep in de baan onontkoombaar, met als gevolg een forse uitdunning van de boomgroepen alsmede uitdunning van de randbeplanting. Eén en ander hebben deze maatregelen  inmiddels geleid tot veel positieve reactie van de golfers. Het mes snijdt in dit geval aan 2 kanten; het gewenst onderhoud van  de groenstroken en bossages is als gevolg van de uitdunning beter beheerbaar geworden. De vegetatie onder de bomen kan middels een klepelmaaier efficiënter worden bestreden en behoeft er minder blad  te worden geruimd.

 

Baanbeheer voor de komende jaren

Met de onderhoudsmaatregel van de afgelopen jaren heeft de baan inmiddels het karakter van een parkbaan verworven echter zijn er nog vele jaren te gaan voor het einddoel bereikt is. Voor de komende jaren staat de uitdunning van randbeplanting langs de holes 16, 17 en 18 op het programma.

 

Het park is rijk aan veel (ca. 25) verschillende duurzame boomsoorten. Het beheer zal worden afgestemd om de meest markante boomgroepen en solitaire bomen zoals de (verschillende soorten) beuk, linde en iep meer ruimte te geven voor verdere ontwikkeling. De duurzame houtsoorten in de bossages (zoals eik en es) zullen zo veel mogelijk worden gehandhaafd. De resterende wilgen en populieren zullen worden geruimd. Solitaire bomen die reeds verwijderd zijn, zullen zo veel mogelijk (eventueel alsnog) worden vervangen. Daarnaast zal per hole worden bezien waar een solitaire boom een zinvolle landschappelijke verfraaiing kan zijn. In bosstroken nabij de teeboxen en in bosstroken, die slechts dienen voor afscherming van de baan (belendende bospercelen), krijgt natuurontwikkeling voorrang. Concrete verbeteringsplannen zullen projectmatig worden ingevuld en zullen tevens worden vertaald naar het komende Beleidsplan voor Golfclub Flevoland.

 

G. Benning.
Voorzitter Baan- en Regelcie.
15-11-2016